Ooggetuigen en familie verhalen

Vertel het verhaal door

De geschiedenis van de tankgracht is nog niet compleet.

Veel verhalen bevinden zich nog:

  • Op zolders
  • In familiealbums
  • In dagboeken
  • In herinneringen

Deze website verzamelt die verhalen.

Het verhaal van Dhr. Van Weeghel

Ik woonde op de boerderij bij mijn ouders aan de Zalkerdijk,het was op een dag voor de bevrijding,ik was 6 jaar toen ik getuige was dat een Canadeze soldaat op een motor door een scherpschutter werd gedood.

Juist ,nadat hij vertelde dat de bevrijding in aantocht was,maar dat men voorzichtig moest zijn,want overal waren nog Duitse soldaten op de vlucht en dat het heel gevaarlijk was op straat.

Ik heb nog vaak dat ik wakker wordt van een droom,waarin dit zich opnieuw voor mijn ogen afspeelt.

Jacob van Bennekom

Het tragische verhaal van Jacob van Bennenkom

Een van de meest aangrijpende, persoonlijke verhalen rondom de tankgracht is dat van de 21-jarige Jacob van Bennenkom uit Amsterdam.

Jacob was als dwangarbeider tewerkgesteld in Zwolle. Hij was streng gelovig en weigerde principieel om op zondag te graven voor de Duitse bezetter. Ondanks zware druk en bedreigingen bleef hij standvastig: zijn geloof verbood hem te werken op de rustdag, zéker voor de vijand. Als vergelding en om een angstaanjagend voorbeeld te stellen voor de andere arbeiders, werd Jacob op 6 oktober 1944 in Zwolle gefusilleerd.

Jacob ligt begrafen in Westenholte.

De honger en kou van de 'Amersfoorters' 
(De Buitensociëteit)

 

Op 26 september 1944 werd een grote groep van ruim 1.000 gevangenen uit Kamp Amersfoort op de trein gezet naar Zwolle. Zij werden ondergebracht in de Buitensociëteit (bij het station). Dit gebouw werd halsoverkop omgebouwd tot een zwaarbewaakt filiaal van het concentratiekamp.

De mannen waren er verschrikkelijk aan toe. Ze droegen vaak nog hun dunne kampkleding terwijl de winter intrad. Oorgetuigen vertellen hoe deze mannen elke ochtend in colonne, flanken bewaakt door gewapende soldaten, door de straten van Zwolle naar de tracés in de polder marcheerden. Zwolse burgers probeerden hen stiekem brood of aardappelen toe te werpen, maar de bewakers traden hier keihard tegen op. Wie instortte van uitputting langs de gracht, werd met trappen en geweerkolven overeind gejaagd.

Het verhaal van Henri,vluchten over de ijssel

 

Veel dwangarbeiders dachten maar aan één ding: vluchten. Dat was levensgevaarlijk, want op desertie stond de kogel of transport naar een strafkamp in Duitsland. Toch werd het geprobeerd.

Een bekend bewaard gebleven verslag is dat van de destijds jonge dwangarbeider Henri. Hij zat gevangen in de regio en wist dat de situatie met de naderende frontlinie alleen maar slechter zou worden. Tijdens een moment van onoplettendheid van de bewakers bij de tankgracht, wist hij samen met een kameraad in de dekking van een greppel weg te kruipen.

Met hulp van de lokale bevolking en het Overijsselse verzet wist hij de IJssel over te steken. Henri begon aan een barre, illegale wandeltocht van ruim 60 kilometer door bezet gebied. Hij overleefde de tocht op puur adrenaline en kwam uiteindelijk levend en wel aan op zijn thuisadres, waar hij tot de bevrijding ondergedoken zat.

Vervolg verhalen

"We liggen hier als beesten op de grond van de Grote Zaal in de Buitensociëteit. Geen dekens, alleen een dun laagje vuil stro. Water is er bijna niet, de toiletten zijn direct verstopt geraakt. De stank is ondragelijk. Iedereen hoest. Vannacht hoorde ik mannen huilen van de kou. Burgers uit Zwolle proberen buiten bij het hek stiekem wat eten te brengen, maar de bewakers jagen ze met honden weg. Morgen moeten we de polder in.

 

De tewerkstelling in Zwolle

Terwijl Johannes Kleiman vanwege een slechte gezondheid na verloop van tijd werd vrijgelaten uit Kamp Amersfoort, wachtte Kugler een zwaarder lot. Hij werd op transport gesteld voor de Arbeitseinsatz (dwangarbeid).

Van 26 september tot eind december 1944 werd Kugler tewerkgesteld in de regio Zwolle. In zijn eigen Engelstalige notitieboekje noteerde hij later dat hij verbleef in de Buitensociëteit bij het station (waar de gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden op stro sliepen) en overdag moest werken in de gebieden Voorst en Westenholte, direct grenzend aan de Mastenbroekerpolder.

Wat moesten ze daar doen? Samen met honderden andere dwangarbeiders werd Kugler ingezet om verdedigingswerken aan te leggen om de oprukkende geallieerden tegen te houden. Dit werk bestond hoofdzakelijk uit het graven van loopgraven, tankgrachten en het opwerpen van verdedigingsmuren dwars door het polder- en dijklandschap.

De ontsnapping

Kugler wist de zware dwangarbeid in Overijssel en Gelderland te overleven. In maart 1945, toen zijn colonne gevangenen te voet richting nazi-Duitsland werd gedreven, werd de groep bij de grens beschoten door geallieerde vliegtuigen. In de chaos die daarop ontstond, wist hij te ontsnappen. Hij hield zich tot de bevrijding in mei 1945 verborgen in zijn eigen huis in Hilversum.

Dhr.Arnoud Gort stuurde dit verhaal in :

Arend Eshuis, mijn overgrootvader waar ik naar ben vernoemd, zat tijdens de bevrijding van Kampen ondergedoken in zijn eigen huis, nadat hij was ontsnapt als gevangene van de Duitsers. Mijn oma heeft er een dagboek over bijgehouden. Dit verhaal heb ik uit dat dagboek.

Arend had een manufacturenzaak aan de Oudestraat 160 (daar zit nu een restaurant in waar je pannenkoeken kunt eten). Dat huis is in de Tweede Wereldoorlog een belangrijk onderduikersadres geweest. Vaak om een volgend plekje te vinden, maar soms bleven ze ook langer. Door de winkel en omdat Arend ouderling was in de kerk aan de Broederweg kende hij veel mensen.

In oktober 1943 gaat het al een keer mis en slaan de Duitsers een joodse jongen in de boeien terwijl hij de familie Eshuis waarschuwde dat er onraad was op zijn eigen adres. Omdat Arends oudste zoon naar een vriend is, ziet de commandant de joodse onderduiker (die op dat moment bij de fam. Eshuis verblijft) aan als de zoon en blijft hij wonderwel gespaard.

Maar op 23 november 1943 gaat het helemaal fout aan de Oudestraat. Verraad. Arend wordt opgepakt en met de trein naar Kamp Amersfoort gebracht. Daar is hij 9 maanden geweest, onder verschrikkelijke omstandigheden. Het thuisfront krijgt heel af en toe een levensteken.

In september 1944 wordt Kamp Amersfoort ontruimd. De geallieerden komen te dichtbij. Arend wordt met alle gevangenen op de trein naar Zwolle gezet. Hij hoort onderweg af en toe een plof in het grind en dan volgen er wat schoten – weer eentje ontsnapt... In Zwolle moet de trein gerepareerd worden. Iedereen wordt ondergebracht in de Buitensociëteit. De gevangenen slapen in het hooi en krijgen een kwak eten op een krant. Overdag is het lopen naar ’s Heerenbroek (/Stadshagen) om tankgrachten te graven. Als onderdeel van de Duitse verdediging – om geallieerde tanks tegen te houden. Toen mijn oma hoorde dat Arend in de buitensoos zat is ze er meteen op de fiets naartoe gegaan.

Wat ze daarover schrijft is zo mooi en spannend tegelijk:

En binnen een week zag hij de kans schoon. Ze liepen in kolonne over de Willemsvaartbrug in Zwolle. Er stond een kapotte vrachtwagen op de brug. Daar schoot vader uit de rij en verwachtte een bajonetstoot tegen zijn achterste terwijl hij zogenaamd zijn veters dicht maakte. Maar er gebeurde niets… De troep liep door en er gebeurde niets. Vader stond alleen op de brug, onder Gods bescherming. Een beetje beduusd liep hij de brug af. Een jongen kwam bij hem lopen en zei: “Kan ik u helpen?”

“Nee”, zei vader, “Ik weet hier de weg. Bedankt voor ’t aanbod.”

Hij is naar de Assendorperstraat in Zwolle gelopen. Daar had zijn oom een horlogezaak. ’s Avonds is Arend op een geleende fiets naar Kampen gereden. Hij heeft in zijn eigen winkel, aan de Oudestraat 160 van eind september tot 17 april ondergedoken gezeten. Als er bezoek kwam verstopte hij zich achter het orgel dat op de eerste verdieping schuin tegen de hoek stond.

Met de rest van de gevangenen is het niet goed afgelopen. Ze zijn naar Duitsland op transport gezet, waar het gros het eind van de oorlog niet heeft gehaald.

Het is een wonder dat Arend Eshuis de oorlog heeft overleefd. Je zult begrijpen dat ik trots ben dat ik naar hem vernoemd ben. Hoewel ik hem in dit leven niet heb gekend is hij voor mij een held.


 

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Nulla euismod condimentum felis vitae efficitur. Sed vel dictum quam, at blandit leo.

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.